Verkeersboetes en jouw bedrijf: duidelijkheid scheppen in 2026
Verkeersboetes zijn een terugkerend thema voor veel ondernemers. Met de jaarlijkse aanpassingen van de boetebedragen, die ook in 2026 weer van kracht zijn, is het belangrijker dan ooit om een helder beleid te hebben. De vraag die dan al snel opkomt: wie draagt de kosten – jij als werkgever of je werknemer?
Hoewel het aantal uitgeschreven boetes voor lichte snelheidsovertredingen in 2026 nog steeds aanzienlijk is, is het standpunt van de wetgeving en jurisprudentie steeds duidelijker geworden. Goede afspraken zijn essentieel om discussies te voorkomen en juridische complicaties te vermijden. Het vastleggen van deze afspraken, bij voorkeur al in de arbeidsovereenkomst, biedt de meeste zekerheid.
De verantwoordelijkheid voor de boete: werkgever of werknemer?
Boetes voor verkeersovertredingen, met name lichte snelheidsovertredingen, hebben in het verleden regelmatig tot spanningen geleid tussen werkgevers en werknemers. De vraag is dan ook terecht: wie betaalt de boete?
Een veelbesproken zaak uit 2006, behandeld door het Gerechtshof Den Haag, biedt nog steeds belangrijke inzichten. Een werknemer voerde destijds aan dat de lichte snelheidsovertredingen die hij had begaan, tot het bedrijfsrisico behoorden. Immers, wanneer je dagelijks zakelijk de weg op moet, kan een kleine overschrijding van de maximumsnelheid per ongeluk gebeuren.
Het hof oordeelde destijds dat boetes die tijdens de uitvoering van werkzaamheden worden opgelopen, in beginsel voor rekening van de werkgever komen. Dit geldt echter niet wanneer er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Het hof erkende dat in het dagelijkse verkeer een geringe snelheidsovertreding soms onvermijdelijk is.
Echter, er werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen ‘geringe’ en ‘iets minder geringe’ overtredingen. In de betreffende zaak had de werknemer drie snelheidsovertredingen begaan (4, 6 en 11 km/u te snel). De overtreding van 11 km/u te hard werd door het hof wel degelijk als een aanwijzing voor enige mate van opzet of roekeloosheid gezien en kwam daarom niet voor rekening van de werkgever.
Vastleggen van afspraken in de arbeidsovereenkomst
Gelukkig is de jurisprudentie sindsdien verder verfijnd, en is duidelijk geworden dat de impact van dergelijke uitspraken voor werkgevers minder verstrekkend is dan aanvankelijk leek. Vooral wanneer de boete direct aan de bestuurder wordt opgelegd, bijvoorbeeld na staandehouding, ligt de situatie anders. Bovendien bieden duidelijke afspraken in de arbeidsovereenkomst een sterke bescherming voor jou als werkgever.
Veel bedrijven, met name in de transportsector, nemen specifieke clausules op in hun arbeidscontracten. Hierin kan bijvoorbeeld worden vastgelegd dat een beperkt aantal lichte snelheidsovertredingen (denk aan drie tot vijf, tot een bepaalde marge zoals 5-8 km/u te hard) door de werkgever wordt betaald. Rijdt een werknemer echter structureel of significant te hard, dan is opzet of roekeloos gedrag gemakkelijker aan te tonen, tenzij onomstotelijk kan worden bewezen dat de omstandigheden of de werkgever geen andere keuze lieten.
Ook bij overtredingen zoals het negeren van een parkeer- of inrijverbod, of het door rood licht rijden, is het voor de werkgever relatief eenvoudig te bewijzen dat de werknemer dit bewust heeft gedaan. Een simpele ‘ogentest’ is hier vaak al voldoende.
Fiscale aspecten van verkeersboetes in 2026
In de basis zijn verkeersboetes voor ondernemers fiscaal niet aftrekbaar. Het structureel betalen van boetes voor werknemers kan door de Belastingdienst zelfs worden gezien als verkapt loon, met de bijbehorende loonheffingen als gevolg.
Er zijn echter uitzonderingen. Eerdere uitspraken van rechters tonen aan dat de fiscale behandeling sterk afhankelijk is van de specifieke feiten en omstandigheden. Er zijn gevallen bekend die tot aan de Hoge Raad zijn uitgevochten, waarbij het afzien van het verhalen van verkeersboetes op de werknemer uiteindelijk niet werd gekwalificeerd als het ‘voldoen van persoonlijke schulden’ van de werknemer (oftewel: loon).
Parkeerboetes: een aparte categorie
Sommige boetes kunnen fiscaal wel, geheel of gedeeltelijk, worden afgetrokken. Dit geldt bijvoorbeeld vaak voor parkeerboetes. Het ‘boetegedeelte’ zelf is in principe niet aftrekbaar, maar de naheffing van de verschuldigde parkeerbelasting is dat wel. Let op: de administratiekosten voor het opleggen van zo’n naheffingsaanslag zijn dan weer niet aftrekbaar. Deze kosten staan doorgaans apart vermeld op het aanslagbiljet.
Bezwaar maken tegen een boete
Als jij of je werknemer bezwaar wil maken tegen een opgelegde boete, vind je de procedure en het adres voor het bezwaarschrift altijd op de beschikking. Vaak moet je het bezwaar indienen bij de Officier van Justitie.
Betreft het echter een parkeerboete, dan komt deze doorgaans van de gemeente. In dat geval is er formeel geen sprake van een verkeersboete, maar van een belastingnaheffing op basis van de gemeentewet. Bezwaar dien je dan in bij de betreffende gemeente. Alle benodigde informatie hiervoor staat ook op de beschikking. Houd er rekening mee dat je in de meeste gevallen de boete eerst zult moeten betalen, alvorens je bezwaar kunt maken.
Zorg er altijd voor dat je bezwaarschrift voldoet aan de wettelijke eisen om ontvankelijk te zijn.