Een zwangere werkneemster: wat betekent dit voor jou?
Wanneer een van je werkneemsters in verwachting is, brengt dit specifieke rechten en plichten met zich mee. Als werkgever ben je verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkomgeving, zowel voor de aanstaande moeder als voor het ongeboren kind. Dit artikel gidst je door de belangrijkste aspecten van zwangerschap op de werkvloer in 2026, zodat je goed voorbereid bent en aan alle wettelijke eisen voldoet.
Jouw verantwoordelijkheden bij zwangerschap en borstvoeding
Je werkneemster heeft recht op bescherming tijdens haar zwangerschap en de periode van borstvoeding. Het is jouw taak om ervoor te zorgen dat zij haar functie zoveel mogelijk kan blijven uitoefenen, zonder dat dit negatieve gevolgen heeft voor haar gezondheid of die van de baby. Hier zijn de belangrijkste punten waar je rekening mee moet houden:
Informatievoorziening en risicobeperking
- Binnen twee weken nadat je op de hoogte bent gesteld van de zwangerschap, informeer je de werkneemster over mogelijke risico’s van haar werk voor haarzelf en/of het ongeboren kind.
- Je bespreekt direct de maatregelen die genomen kunnen worden om deze risico’s te voorkomen of te beperken.
Werkaanpassingen en hulpmiddelen
Neem concrete maatregelen om risico’s te minimaliseren. Dit kan inhouden: het aanpassen van de werkplek, werktijden, of werkmethode. Het aanbieden van speciale hulpmiddelen is vaak ook een optie. Je werkneemster is verplicht deze hulpmiddelen te gebruiken als ze worden aangeboden.
Als aanpassingen niet volstaan en de bedrijfsarts bevestigt dat het werk risico’s inhoudt, moet je de werkneemster tijdelijk ander werk aanbieden of haar vrijstellen van werken.
Specifieke rechten van de zwangere werkneemster
Tijdens de zwangerschap en tot zes maanden na de bevalling (met uitzondering van zwangerschapsonderzoek) heeft je werkneemster recht op:
- Extra pauzes, tot maximaal een achtste deel van de werktijd.
- Een geschikte, afsluitbare ruimte om te rusten.
- Vrijstelling van overwerk en nachtdiensten (doorgaans niet werken tussen 00:00 en 06:00 uur, en recht op regelmatige werktijden).
- Zwangerschapsonderzoeken in werktijd, met behoud van loon.
Verzuimpreventie: een goede aanpak loont
De periode rondom een bevalling kan fysiek en mentaal uitdagend zijn. Een effectief zwangerschapsbeleid en een proactieve verzuimaanpak kunnen veel problemen voorkomen. Blijf ook na de bevalling in gesprek met de jonge moeder. Vraag hoe het gaat, of ze tegen problemen aanloopt, en hoe de kinderopvang is geregeld. Door een open dialoog aan te moedigen en eventueel een ‘casemanager’ aan te stellen, maak je het makkelijker om problemen bespreekbaar te maken en aan te pakken.
Bij complexere problemen kan de bedrijfsarts ingeschakeld worden. Deze kan de werkneemster actief begeleiden naar werkhervatting. Het is belangrijk om te onthouden dat ziekteverzuim geen structurele oplossing is. De bedrijfsarts kan helpen de diepere oorzaken van verzuim te achterhalen en de werkneemster te begeleiden bij het maken van keuzes.
Ontslagbescherming tijdens zwangerschap
Je mag een zwangere werkneemster niet ontslaan. Dit ontslagverbod geldt vanaf het begin van de zwangerschap tot en met zes weken na de periode waarop de werkneemster recht heeft op ziekengeld in verband met de zwangerschap. Dit geldt zelfs als je niet op de hoogte was van de zwangerschap. Uitzonderingen zijn zeer specifieke situaties, zoals ontslag op staande voet of een faillissement van je onderneming.
Let op: je mag een sollicitant niet weigeren op basis van zwangerschap. Een sollicitant is niet verplicht om een zwangerschap te melden, zelfs niet als je er expliciet naar vraagt.
Geschikt en ongeschikt werk voor zwangere werkneemsters
Voorkom dat je zwangere werkneemster fysiek zware taken uitvoert, zoals zwaar tillen, trekken of duwen. Vooral in de laatste drie maanden van de zwangerschap moeten dit soort activiteiten zoveel mogelijk worden beperkt. Houd je aan de volgende richtlijnen:
- Bukken, hurken, knielen: zoveel mogelijk voorkomen gedurende de hele zwangerschap. In de laatste drie maanden: maximaal één keer per uur bukken, hurken, knielen en staande voetpedalen bedienen.
- Tillen: tijdens de zwangerschap en tot drie maanden na de bevalling handmatig tillen van gewichten zoveel mogelijk beperken. Indien noodzakelijk, mag het gewicht per handeling niet meer dan 10 kg zijn.
- Vanaf de 20e week: niet vaker dan 10 keer per dag meer dan 5 kg tillen.
- Vanaf de 30e week: niet vaker dan 5 keer per dag meer dan 5 kg tillen.
Voorkom problemen: ga in overleg
Om geschillen te voorkomen en de gezondheid van je werkneemster en haar kind te waarborgen, is vroegtijdig en open overleg essentieel. Overleg met de zwangere werkneemster en haar collega’s over mogelijke wijzigingen in het werk. Schakel indien nodig de bedrijfsarts in voor advies over risico’s en preventie. Bespreek ook alvast de periode na de bevalling, zoals afspraken over voeding, aangepaste werktijden of kinderopvang.
Het zwangerschaps- en bevallingsverlof in 2026
Je werkneemster moet het verlof uiterlijk drie weken voor de start aanvragen en een zwangerschapsverklaring met de vermoedelijke bevallingsdatum overleggen. Deze verklaring dien jij in bij het UWV voor de uitkering.
Het zwangerschaps- en bevallingsverlof duurt in totaal minimaal 16 weken (4 weken voor en 12 weken na de bevalling, of 6 weken voor en 10 weken na de bevalling). Het verlof kan starten tussen de zes en vier weken voor de uitgerekende datum. Het verlof loopt altijd door tot minimaal tien weken na de bevalling, zelfs als de baby later wordt geboren dan verwacht. Wordt de baby eerder geboren, dan blijft het totale verlof 16 weken.
Salaris tijdens het verlof
Tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof ontvangt je werkneemster via het UWV een uitkering die gelijk is aan haar dagloon (tot het maximum dagloon). Meestal betaalt het UWV dit aan jou uit, waarna jij het loon van de werkneemster doorbetaalt. Voor zelfstandige ondernemers gelden andere regels en is een vrijwillige verzekering bij de Ziektewet noodzakelijk voor een uitkering.
Ziekte rondom het verlof
Ziekte tijdens het verlof heeft geen invloed op de uitkering. Bij ziekte vóór het verlof gelden de volgende regels:
- Ziektedagen tot zes weken voor de uitgerekende datum worden niet afgetrokken van het zwangerschapsverlof.
- Ziektedagen tussen zes en vier weken voor de uitgerekende datum worden wel van het verlof afgetrokken.
- Als je werkneemster ziek wordt in de twee weken voor haar zwangerschapsverlof (wanneer ze van plan was door te werken tot vier weken voor de bevalling), ontvangt ze 100% ziekengeld, maar deze dagen worden wel afgetrokken van haar recht op verlof na de bevalling.
- Wordt je werkneemster vroegtijdig arbeidsongeschikt door de zwangerschap (vóór zes weken voor de uitgerekende datum), dan ontvangt ze een volledige uitkering over die ziektedagen, zonder dat dit ten koste gaat van haar verlof.
Na de bevalling:
- Ziekte als gevolg van zwangerschap/bevalling: Je werkneemster ontvangt 100% salarisvergoeding van het UWV, maximaal twee jaar.
- Ziekte los van zwangerschap/bevalling: Je betaalt minimaal 70% van haar salaris door, maximaal twee jaar. Hiervoor kun je je verzekeren.
Belangrijk: Ziekteperiodes vóór en ná het verlof die los van elkaar staan, mag je niet bij elkaar optellen. Na het verlof begint de telling van ziektedagen opnieuw.
Werken na de bevalling: borstvoeding en aanpassingen
Veel jonge moeders (en vaders) willen na de bevalling hun werktijden aanpassen. Hoewel je niet verplicht bent een deeltijdbaan aan te bieden, maakt de Wet aanpassing arbeidsduur het voor werknemers gemakkelijker om hun arbeidsduur aan te passen. Ook loopbaanonderbreking is een mogelijkheid.
Je bent verplicht om pas bevallen werkneemsters de mogelijkheid te bieden borstvoeding te geven of te kolven. Hiervoor moet een geschikte, afsluitbare ruimte beschikbaar zijn, verwarmd en met voldoende privacy. Indien dit niet mogelijk is, moet je de werkneemster de gelegenheid geven zelf een plek te regelen of naar de baby toe te gaan.
Regels rondom borstvoeding en kolven:
- Je betaalt het loon door tijdens borstvoeding of kolven.
- Dit recht geldt tot het kind negen maanden is.
- De werkneemster mag hiervoor maximaal een kwart van de werktijd gebruiken.
- Tijden voor het halen en brengen van de baby voor voeding, of reistijden naar de baby, zijn voor rekening van de werkneemster, tenzij er geen geschikte ruimte op het werk is.
- Je bent niet verplicht toe te staan dat het kind tijdens werktijden op de werkvloer verblijft.
Het faciliteren van borstvoeding is niet alleen een wettelijke plicht, maar biedt ook voordelen voor je onderneming: minder verzuim door ziekte van het kind en een positief imago als werkgever.
Verlof voor partners
Naast de rechten van de moeder, heeft ook de partner van de aanstaande moeder recht op verlof:
- Geboorteverlof (voorheen kraamverlof): De partner heeft recht op één werkweek betaald verlof na de bevalling. Dit verlof moet binnen vier weken na de geboorte worden opgenomen.
- Aanvullend geboorteverlof: De partner kan daarnaast aanvullend geboorteverlof opnemen, tot maximaal vijf weken (vijfmaal de wekelijkse arbeidsduur). Tijdens dit verlof ontvangt de partner een UWV-uitkering van 70% van het dagloon. Dit verlof moet binnen zes maanden na de geboorte worden opgenomen.
- Ouderschapsverlof: Beide ouders kunnen ouderschapsverlof opnemen tot het kind acht jaar wordt. Dit is onbetaald verlof, tenzij anders afgesproken in een cao. Werknemers hebben recht op 26 maal hun wekelijkse arbeidsduur aan ouderschapsverlof. Van dit verlof zijn 9 weken (met een UWV-uitkering van 70% van het dagloon) betaald, mits opgenomen in het eerste levensjaar van het kind.
Een goede voorbereiding en open communicatie zorgen ervoor dat je als werkgever aan al je verplichtingen voldoet en een ondersteunende omgeving creëert voor je werknemers in deze bijzondere levensfase.