Zakelijke mobiliteit

Zakelijke mobiliteit: waarom 70% van werknemers nog de auto pakt

De dagelijkse file: een hardnekkig fenomeen

Elke ochtend staan de Nederlandse wegen weer vol, en toch kiest een overweldigende meerderheid van zo’n 70% van de werknemers nog steeds voor de auto om naar het werk te gaan. Waarom is dit zo? Jochem Reintjes, een expert in zakelijke mobiliteit, begrijpt deze dynamiek vanuit zijn eigen ervaringen en helpt organisaties om flexibelere reisoplossingen voor hun medewerkers te implementeren.

Van vaste automobilist naar ov-onderzoeker

De omslag in Jochems eigen mobiliteitsdenken begon vijftien jaar geleden. Destijds was hij accountmanager bij een grote autoleasemaatschappij, trots eigenaar van een leaseauto waarmee hij het hele land doorkruiste. De spits was toen al een beruchte vijand, vooral op trajecten zoals de A12 richting Den Haag. Een afspraak om half tien in het Haagse centrum betekende vaak bumper aan bumper rijden, een frustrerende start van de dag.

Op een dag, mopperend over de files, opperde zijn leidinggevende lachend: “Je mag ook met het OV.” Wat begon als een grap, zette Jochem aan het denken. Hoewel hij altijd zijn leaseauto als vanzelfsprekend had beschouwd, besloot hij de proef op de som te nemen: met het openbaar vervoer van Nieuwegein naar Den Haag.

De eerste ov-ervaring: hobbels en hoogtepunten

De voorbereiding voor zijn eerste OV-reis was al een avontuur. De avond ervoor legde hij zijn OV-chipkaart klaar, onzeker over het saldo. De volgende ochtend vertrok hij vol goede moed. Eenmaal bij het tramstation kon hij zijn kaart opladen, waarna hij via kantoor met de tram naar Utrecht Centraal reisde.

Bij de poortjes van het treinstation volgde een kleine tegenslag: onvoldoende saldo. Het minimale saldo van €20 voor NS-reizen was hem onbekend. Snel rekende hij uit hoeveel hij nodig had voor de heen- en terugreis, om herhaling te voorkomen.

De treinreis zelf was comfortabel. Hoewel het vanwege de spits druk was, vond hij een zitplaats. De korte wandeling naar de klant was bovendien een welkome afwisseling. Na de afspraak verliep de terugreis gesmeerd; inchecken met het berekende saldo ging probleemloos. De terugweg in een bijna lege trein was zelfs productief: hij kon ongestoord zijn gespreksverslag uitwerken en actiepunten verdelen. “Dit kan ik vaker doen!” dacht de verstokte automobilist.

Het administratieve ongemak: waarom de auto wint

Eenmaal terug op kantoor sloeg de realiteit echter hard toe. Zijn comfortabele reiservaring werd tenietgedaan door een bureaucratische hindernis: het declaratieproces. Omdat hij de reiskosten zelf had voorgeschoten, moest hij een reeks stappen doorlopen:

  1. Een declaratieformulier invullen.
  2. Het formulier laten ondertekenen en goedkeuren door zijn leidinggevende.
  3. Vervolgens door HR laten goedkeuren.
  4. Indienen bij de salarisadministratie.
  5. En dan drie weken wachten op zijn geld.

De ironie was pijnlijk: zijn leaseauto stond gewoon op de parkeerplaats. De gedachte “Dit kan ik vaker doen” veranderde snel in “Waarom zou ik dit doen?”

De moderne oplossing voor zakelijke mobiliteit in 2026

Jochem realiseerde zich dat het declaratieproces destijds een enorme drempel was. Inmiddels, vele jaren en ervaringen later, is de situatie gelukkig aanzienlijk verbeterd. Bedrijven kunnen hun medewerkers nu veel eenvoudiger gebruik laten maken van het openbaar vervoer, zonder voorschieten en declaraties.

In 2026 zijn er diverse geavanceerde mobiliteitsplatformen beschikbaar die dit proces stroomlijnen. Deze systemen bieden werknemers de mogelijkheid om flexibel te reizen met diverse modaliteiten – van OV tot deelfietsen en deelauto’s – waarbij de kosten direct via de werkgever worden afgerekend. Dit voorkomt administratieve rompslomp en motiveert werknemers om duurzamere en efficiëntere reiskeuzes te maken.

Met de juiste tools en beleid kunnen organisaties ervoor zorgen dat de eerste positieve OV-ervaring van een medewerker niet verzandt in declaratiestress, maar juist leidt tot een duurzame verandering in reisgedrag. Zo wordt “Dit kan ik vaker doen” een realistische en aantrekkelijke optie voor iedereen.

Gerelateerde artikelen