Dagelijkse beslissingen, potentiële gevolgen
Als bestuurder van een besloten vennootschap (BV) neem je dagelijks belangrijke beslissingen. Deze besluiten, zowel positief als negatief, kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor de onderneming én voor jou persoonlijk. Het is essentieel om te begrijpen wanneer je als bestuurder aansprakelijk gesteld kunt worden en hoe je deze risico’s kunt minimaliseren. We duiken in de meest gestelde vragen over bestuurdersaansprakelijkheid, relevant voor 2026.
Wanneer kan de BV haar eigen bestuurders aansprakelijk stellen?
De BV heeft de mogelijkheid om haar eigen bestuurders aansprakelijk te stellen voor onbehoorlijk bestuur. Dit gebeurt wanneer de aandeelhouders van mening zijn dat het gevoerde beleid niet voldoet aan de eisen van zorgvuldigheid. In zo’n geval is het de BV die de aansprakelijkheidsstelling initieert en eventueel overgaat tot dagvaarding.
De bewijslast ligt bij de BV
De vennootschap moet bewijzen dat er sprake is van verwijtbaar handelen. Dit betekent dat de BV concreet moet aantonen dat de bestuurder(s) hun taken niet naar behoren hebben uitgevoerd. Het is belangrijk om te weten dat de BV niet alleen de direct uitvoerende bestuurder aansprakelijk kan stellen; indien andere bestuurders op de hoogte waren van het verwijtbare handelen en hier niet tegen hebben opgetreden, kunnen ook zij hoofdelijk aansprakelijk zijn. Een verweer dat men van niets wist, houdt vaak geen stand wanneer het gaat om gezamenlijk genomen besluiten.
Wat wordt beschouwd als foutief bestuurdersgedrag?
De wet stelt dat een bestuurder verplicht is de taken van de vennootschap naar behoren uit te voeren. Hoewel de term ‘behoorlijke taakvervulling’ ruimte voor interpretatie laat, is persoonlijke aansprakelijkheid meestal alleen aan de orde bij aantoonbaar roekeloos of onbezonnen handelen. Denk hierbij aan ‘ernstig verwijtbaar’ of ‘onbehoorlijk’ gedrag.
Wanneer is er sprake van ernstig verwijtbaar gedrag?
- Strijd met wet of statuten: Handelen in strijd met wettelijke bepalingen of de statuten van de BV vergroot de kans op verwijtbaarheid aanzienlijk.
- Opzettelijke benadeling: Het moedwillig benadelen van crediteuren door bijvoorbeeld niet te reageren op vorderingen terwijl de BV geen verhaal biedt, valt hieronder.
- Onverantwoorde risico’s: Het aangaan van verplichtingen namens de BV met grote financiële risico’s die niet goed zijn onderzocht of de draagkracht van de vennootschap ver te boven gaan.
- Vermenging privé- en bedrijfsbelangen: Het gebruiken van bedrijfsgelden voor privé-activiteiten of het ondergeschikt maken van het belang van de BV aan persoonlijke belangen.
- Bedreiging van continuïteit: Het bewust in gevaar brengen van de continuïteit van de onderneming, bijvoorbeeld door personeel van de BV te werven voor een nieuw op te richten eigen vennootschap zonder de oude BV te beschermen tegen de gevolgen.
Onverstandige beleidskeuzes, onvoorziene marktontwikkelingen of ‘simpelweg’ verkeerde inschattingen leiden doorgaans niet tot persoonlijke aansprakelijkheid, tenzij er sprake is van ernstige nalatigheid of bewuste roekeloosheid.
Privé en zakelijk scheiden: een absolute must
Een glashelder principe: als bestuurder mag je de middelen van de BV absoluut niet gebruiken voor privé-activiteiten. Je hebt juist de plicht om privé-zaken en de belangen van de BV strikt gescheiden te houden. Het belang van de vennootschap staat altijd voorop en mag nooit ondergeschikt gemaakt worden aan jouw persoonlijke gewin of dat van derden.
Hoe kun je als bestuurder risico’s beperken in 2026?
Gelukkig zijn er diverse manieren om je persoonlijke aansprakelijkheidsrisico als bestuurder te beperken:
Vraag om kwijting (decharge)
Een effectieve manier om aansprakelijkheid te voorkomen, is door de aandeelhouders om kwijting (decharge) te vragen voor het gevoerde beleid. Kwijting houdt in dat de BV formeel verklaart dat er geen verwijten zijn over het bestuur over een bepaalde periode. Dit creëert zekerheid vanuit de hoek van de BV. Let wel op: kwijting door de aandeelhouders beschermt je niet tegen claims van derden, zoals de curator bij een faillissement.
Transparantie en betrokkenheid van aandeelhouders
Informeer de aandeelhouders proactief over mogelijke risico’s, zelfs als de statuten dit niet expliciet vereisen. Door hen te betrekken bij potentiële gevaren en beslissingen, deel je de verantwoordelijkheid en vergroot je de kans op begrip en ondersteuning mochten er problemen ontstaan. Gedeelde smart is immers halve smart!
Periodieke kwijting en bij vertrek
Het is raadzaam om periodiek kwijting te vragen, bijvoorbeeld tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders bij de vaststelling van de jaarcijfers. Wanneer je je taken als bestuurder neerlegt, vraag dan bij je vertrek om kwijting voor het gehele gevoerde beleid. Dit geeft je de zekerheid dat je met een schone lei afscheid neemt van mogelijke aansprakelijkheid gerelateerd aan je bestuursperiode.
Door deze maatregelen te treffen, kun je als bestuurder je risico’s aanzienlijk verminderen en met meer vertrouwen je onderneming leiden in 2026.