Wet- en regelgeving

DGA aansprakelijkheid: voorkom persoonlijke risico’s in 2026

De rol en verantwoordelijkheid van de DGA in 2026

Als Directeur Groot Aandeelhouder (DGA) draag je een belangrijke verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen van je Besloten Vennootschap (BV). Je takenpakket als bestuurder is breed en omvat meer dan alleen strategische beslissingen. Een zorgvuldige en behoorlijke taakvervulling is essentieel, want nalatigheid kan in 2026 nog steeds leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid voor schulden of schade van de BV. Dit betekent dat je in privé kunt worden aangesproken, wat verstrekkende gevolgen kan hebben voor je persoonlijke financiële situatie.

Wanneer is er sprake van onbehoorlijk bestuur?

De wetgeving rondom bestuurdersaansprakelijkheid is niet eenduidig, maar draait om het principe van ‘behoorlijke taakvervulling’. Dit houdt in dat van jou als DGA of bestuurder verwacht wordt dat je handelt zoals een redelijk en verstandig ondernemer in vergelijkbare omstandigheden zou doen. De lat ligt niet extreem hoog; de rechter zal niet snel oordelen dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur. Pas bij een duidelijke, ernstige tekortkoming die elke redelijke twijfel wegneemt, komt persoonlijke aansprakelijkheid in beeld. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij het negeren van financiële problemen, het niet nemen van noodzakelijke maatregelen, of het opzettelijk benadelen van de BV.

Niets doen als oorzaak van aansprakelijkheid

Een veelvoorkomende misvatting is dat alleen actieve, foutieve handelingen kunnen leiden tot aansprakelijkheid. Echter, ‘niets doen’ kan net zo schadelijk en zelfs als onbehoorlijk bestuur worden aangemerkt. Wanneer cruciale beslissingen worden uitgesteld of belangrijke acties achterwege blijven, en dit de BV in financiële problemen brengt, loop je als bestuurder een aanzienlijk risico.

Praktijkvoorbeeld: de gevolgen van passiviteit

Laten we een casus uit het verleden als illustratie gebruiken, waarbij de principes nog steeds volledig van toepassing zijn in 2026. Een bestuurder en enig aandeelhouder, laten we hem Cornelis noemen, leidde BV ‘Arbeidskracht’. Deze BV was gespecialiseerd in personeelsuitlening. Een van de grootste afnemers, BV ‘Projecten’, waar Cornelis ook een leidende rol had, begon facturen niet meer volledig te betalen. Hierdoor kwam Arbeidskracht BV in 2004 in ernstige liquiditeitsproblemen.

In plaats van adequaat te handelen, besloot Arbeidskracht BV vanaf maart 2004 geen loonbelasting en btw meer af te dragen aan de Belastingdienst. Hoewel er wel een melding van betalingsonmacht werd gedaan, bleven de naheffingsaanslagen onbetaald. In september 2005 ging Arbeidskracht BV failliet. Kort daarna, in november 2005, stelde de Belastingdienst Cornelis persoonlijk aansprakelijk voor de onbetaalde naheffingsaanslagen.

De rechtbank oordeelde dat het niet betalen van de belastingen het directe gevolg was van onbehoorlijk bestuur door Cornelis. Gezien zijn dubbele rol en volledige inzicht in de financiële situatie van zowel Arbeidskracht BV als Projecten BV, had hij tijdig maatregelen moeten nemen om de openstaande vorderingen te innen. Zijn passiviteit en het op zijn beloop laten van de situatie werden als ernstig aanmerkelijk onbehoorlijk bestuur beoordeeld. Het argument dat de betalingsonmacht was gemeld, werd terzijde geschoven, omdat de kern van het probleem lag in het nalaten van actie tegen wanbetaling door Projecten BV.

Meestvoorkomende vormen van onbehoorlijk bestuur

Naast ‘niets doen’, zijn er andere situaties die vaak leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid:

  • Onzakelijke leningen: Het verstrekken van leningen door de BV, vaak aan de DGA zelf, zonder voldoende zekerheden of tegen ongebruikelijke voorwaarden. Dit vermengt privé- en zakelijke belangen op een risicovolle manier.
  • Verplichtingen aangaan zonder dekking: Het namens de BV aangaan van grote financiële verplichtingen, terwijl je weet of redelijkerwijs behoort te weten dat de BV deze niet kan nakomen en er geen verhaal mogelijk is. Dit staat bekend als de Beklamel-norm.
  • Niet deponeren jaarrekening: Het structureel niet of te laat deponeren van de jaarrekening bij de Kamer van Koophandel. Dit kan in geval van faillissement leiden tot een omkering van de bewijslast, waarbij jij moet aantonen dat het faillissement niet door jouw onbehoorlijk bestuur is veroorzaakt.
  • Fraude of misleiding: Opzettelijke handelingen die de BV of crediteuren benadelen, zoals het vervalsen van documenten of het achterhouden van essentiële informatie.

Voorkom persoonlijke aansprakelijkheid in 2026

Om persoonlijke aansprakelijkheid te voorkomen, is het cruciaal dat je als DGA:

  1. Proactief bent: Neem tijdig maatregelen bij financiële problemen of dreigende wanbetalingen. Wacht niet af tot de situatie escaleert.
  2. Duidelijke scheiding privé/zakelijk: Zorg voor een strikte scheiding tussen je privévermogen en dat van de BV. Voorkom onzakelijke transacties.
  3. Administratie op orde: Zorg voor een accurate en volledige administratie. Deponeer jaarrekeningen tijdig en correct.
  4. Deskundig advies: Raadpleeg bij twijfel of complexe situaties altijd een jurist of fiscaal adviseur. Vooral wanneer je BV in zwaar weer verkeert, is extern advies onontbeerlijk.
  5. Voldoe aan fiscale verplichtingen: Draag belastingen en premies tijdig af. Meld betalingsonmacht op de correcte wijze en onderneem daarnaast proactief stappen om de problemen op te lossen.

Een zorgvuldige en proactieve houding is de beste verdediging tegen persoonlijke aansprakelijkheid. Zorg ervoor dat je als DGA in 2026 altijd handelt in het belang van de BV en haar stakeholders, en wees je bewust van de mogelijke gevolgen van nalatigheid.

Gerelateerde artikelen