Waarom lenen tussen je eigen bv’s?
Als ondernemer met een holdingstructuur of meerdere besloten vennootschappen (BV’s) is het niet ongebruikelijk dat er geldstromen zijn tussen deze entiteiten. Denk aan een lening van je werk-BV aan de holding-BV, of vice versa. Dit kan een slimme manier zijn om tijdelijk liquiditeit te creëren, een investering te financieren of projecten te starten. Cruciaal hierbij is dat je de fiscale spelregels kent en correct toepast. Onjuist handelen kan leiden tot ongewenste belastinggevolgen.
De basis: zakelijk handelen is essentieel
De Belastingdienst stelt duidelijke eisen aan leningen tussen gelieerde BV’s: ze moeten zakelijk zijn. Dit betekent dat de voorwaarden van de lening – zoals de rente, looptijd en zekerheden – vergelijkbaar moeten zijn met wat je bij een onafhankelijke derde partij zou afspreken. Een externe financier zou onder dezelfde condities akkoord moeten gaan. Voldoet de lening niet aan deze zakelijke maatstaf? Dan loop je het risico op fiscale nadelen en kan de Belastingdienst ingrijpen.
Tip: Documenteer alle afspraken zorgvuldig en bouw een gedegen dossier op. Dit is je bewijs mocht de Belastingdienst vragen stellen over de zakelijkheid van de lening.
Drie vormen van interne leningen
Afhankelijk van de richting van de geldstroom onderscheiden we drie typen leningen:
- Lening ‘omhoog’: van werk-BV naar holding
Hier ontvangt de werk-BV rente (belastbaar) en betaalt de holding rente (aftrekbaar). Houd echter rekening met de earningsstrippingmaatregel binnen de vennootschapsbelasting. Deze kan de renteaftrek voor de holding beperken, waardoor de rente bij de werk-BV belast blijft, terwijl de holding deze niet mag aftrekken. - Lening ‘omlaag’: van holding naar werk-BV
De holding ontvangt rente (belastbaar) en de werk-BV betaalt rente (in principe aftrekbaar). Let op: als de lening wordt gebruikt voor dividenduitkering of terugbetaling van kapitaal, kan de Belastingdienst de renteaftrek weigeren. Dit is vooral relevant binnen een fiscale eenheid. - Lening ‘opzij’: tussen twee werk-BV’s
Dit komt voor bij holdings met meerdere dochterondernemingen. De ene BV ontvangt rente, de andere betaalt. Ook hier kunnen beperkingen op de renteaftrek van toepassing zijn, met name als de voorwaarden niet zakelijk zijn.
Onzakelijke leningen: de gevaren voor de DGA
Wanneer een lening tussen je BV’s als onzakelijk wordt bestempeld, heeft dit aanzienlijke gevolgen. Vooral als DGA (Directeur Groot Aandeelhouder) loop je risico’s. Als bij aanvang al duidelijk was dat terugbetaling onrealistisch is, kan een afwaardering van de lening door de Belastingdienst worden gezien als een verkapte winstuitdeling van de ene BV aan jou als aandeelhouder.
Deze winstuitdeling wordt fiscaal behandeld als een voordeel uit aanmerkelijk belang, waarover je belasting betaalt in box 2. In 2026 bedraagt dit tarief 24,5% tot 33% (afhankelijk van de schijf waarin het inkomen valt).
Wordt een onzakelijke lening uiteindelijk kwijtgescholden? Dan beschouwt de fiscus dit als een kapitaalstorting van jou in de BV die het geld ontving. Dit verhoogt de waarde van jouw aandelen in die BV, wat pas effect heeft bij een eventuele verkoop van de aandelen of liquidatie van de BV.
Deelnemingsvrijstelling en het ‘opgeofferde bedrag’
Binnen een holdingstructuur is de deelnemingsvrijstelling vaak van toepassing. Deze vrijstelling voorkomt dat winsten en verliezen tussen BV’s onder bepaalde voorwaarden dubbel worden belast. Een afwaardering van een onzakelijke lening ‘omlaag’ (van holding naar werk-BV) kan het zogenaamde ‘opgeofferde bedrag’ van de deelneming verhogen. Dit bedrag omvat de oorspronkelijke aankoopprijs van de aandelen, plus eventuele kapitaalstortingen en min terugbetalingen.
Bij verkoop van de aandelen is dit bedrag niet aftrekbaar, maar bij liquidatie van de BV wel. De liquidatieverliesregeling biedt dan de mogelijkheid om het verlies fiscaal te benutten.
Liquidatie van een BV: wat betekent dit voor verliezen?
Een afwaardering van een onzakelijke lening levert niet direct belastingvoordeel op. Echter, bij liquidatie van de deelneming (bijvoorbeeld je werk-BV) kan het verlies alsnog worden meegenomen. Het hogere ‘opgeofferde bedrag’ telt dan mee in het liquidatieverlies.
Normaliter geldt de deelnemingsvrijstelling: winsten zijn onbelast, maar verliezen ook niet aftrekbaar om dubbele belastingvoordelen te voorkomen. Bij liquidatie van een BV geldt hierop een uitzondering: verliezen mogen dan wél worden afgetrokken. Het liquidatieverlies bereken je door het opgeofferde bedrag (totaal geïnvesteerd) te verminderen met wat je bij liquidatie ontvangt. Dit verlies mag je pas opvoeren zodra de BV officieel is opgeheven en de afwikkeling van het vermogen volledig is afgerond.
In het geval van een verkapte dividenduitkering – waarbij de schuldenaar een andere BV is – ziet de fiscus het verlies op de lening als een winstuitdeling. Dankzij de deelnemingsvrijstelling is deze winstuitdeling doorgaans onbelast, mits de holding minimaal 5% van de aandelen in de werk-BV bezit.
Risicospreiding met een fiscale eenheid
Een holdingstructuur kan ook worden omgezet in een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Dit biedt extra voordelen, zoals verliescompensatie. Voorwaarden hiervoor zijn onder andere:
- De holding-BV bezit minimaal 95% van de aandelen in de werk-BV.
- Beide BV’s zijn in Nederland gevestigd.
- Ze hanteren hetzelfde boekjaar en dezelfde winstbepalingsregels.
- Je aanvraag bij de Belastingdienst wordt goedgekeurd.
Ondanks dat ze fiscaal als één geheel worden behandeld, blijven de BV’s juridisch zelfstandig. Dit betekent dat contracten, aansprakelijkheid, faillissementen en risico’s per BV gescheiden blijven. Je kunt risicovolle activiteiten onderbrengen in een aparte BV, waardoor eventuele schade beperkt blijft. Bovendien kunnen winsten van de ene BV worden verrekend met verliezen van een andere BV binnen de fiscale eenheid.
Benut de fiscale voordelen slim
Het werken met meerdere BV’s, een holdingstructuur of een fiscale eenheid biedt diverse mogelijkheden om je cashflow te optimaliseren en fiscale voordelen te behalen via onderlinge leningen. De sleutel tot succes is echter altijd een zakelijke opzet en zorgvuldige vastlegging van alle afspraken. Zo voorkom je onaangename verrassingen en benut je de fiscale kansen die 2026 te bieden heeft voor jouw onderneming.